Berichten

Een 17-jarige student metaalbewerking heeft onder meer zijn school en het bedrijf waar hij stage liep, Briers Metaalwerken, voor de rechter gedaagd na een zwaar arbeidsongeval. Op 1 februari 2018 was de jongeman aan het werken met een plooibank, toen zijn handen onder de messen terechtkwamen. Hij verloor zijn linkerhand en vier vingers van zijn rechterhand. De zaakvoerder van het Diepenbeekse bedrijf, het bedrijf zelf, de directeur van de school en de directeur van de scholengemeenschap riskeren allemaal een geldboete van 20.000 euro.

De jongeman had destijds net de overgang gemaakt naar de nieuwe school in Bilzen en zat in het vijfde middelbaar. Volgens het leerplan moest hij een stage doen en nadat hij zelf geen stageplaats gevonden had, viel men terug op een lijst van stagebedrijven die ter beschikking staan van de school. Zo kwam hij terecht bij een bedrijf uit Diepenbeek. Daar kreeg hij de opdracht om lange dunne deltaplaten te plooien met behulp van de plooimachine.

Die bewuste donderdagnamiddag raakte de jongeman gekneld in de machine. Toen hij een correctie wilde doorvoeren, duwde hij per ongeluk de voetbediening in. Op die manier kwamen de messen naar beneden. Aan zijn handen liep hij een plet- en scheurtrauma op. Uiteindelijk konden de specialisten zijn hand wel terugplaatsen, al werd zijn voorarm met enkele centimeters ingekort. Zijn rechterhand werd operatief gefixeerd. Door de gebeurtenissen heeft de jongeman blijvende hinder bij het schrijven en computeren en kan hij geen zware fysieke arbeid meer leveren. Hij ging zich meer focussen op informatica met een speciale muis als hulpmiddel. De precieze schadevergoeding kan dan ook onmogelijk nu al bepaald worden.

“Gebrek aan risicoanalyse”

De jongeman nam een advocaat onder de arm en daagde zowel de werkgever als de school voor de rechtbank. “Er was een oorzakelijk verband tussen het gebrek aan een risicoanalyse en de opgelopen schade”, vat zijn advocaat samen. “Het bedrijf had nooit op de lijst van stageplaatsen mogen staan.”

De procureur vorderde vier keer een geldboete van 20.000 euro. “Er was geen aangepaste beveiliging, geen goed functionerende noodknop en de plooibank beschikte niet over veiligheidsinstructies. De jongen had bij zijn stagebegeleider al laten weten dat zijn stage niet aangenaam was en dat hij onder druk werd gezet sneller te werken. De school organiseerde geen introductiesessie en deed geen onderzoek naar de veiligheidsmaatregelen bij het bedrijf.”

“Dit heeft niemand gewild”

De 74-jarige zaakvoerder vertelde dat hij al 35 jaar met dezelfde machine werkte. Zijn advocaat onderstreepte dat er wel degelijk uitleg was gegeven over de werking van het toestel. De schooldirecteur legde uit dat er nog al stages werden georganiseerd bij het bedrijf, zonder problemen rond veiligheid. Vanuit de scholengemeenschap klonk het dat deze partij niets met veiligheid te maken heeft. Zij hopen allemaal de vrijspraak. “Wat gebeurd is, heeft niemand gewild”, benadrukte de schooldirecteur op het einde van de zitting. Het vonnis staat voorlopig gepland op 17 januari.

(Bron: HLN)

Beter voorkomen dan genezen

Voor meer informatie over arbeidsveiligheid, de wetgeving hieromtrent en eventuele oplossingen kan u terecht op onze website. PreBeCo begeleidt bedrijven bij het opzetten van een sterk preventiebeleid. Preventie vraagt tijd, kennis en de nodige administratie. Onze professionals nemen dit volledig uit handen van de interne preventieadviseur en de zaakvoerder. Vraag hier je gratis veiligheidsaudit aan!

prebeco-logo-header-optimized

Bij werken op hoogte, zit een ongeluk in een klein hoekje. Een misstap van een richel, een rondzwervende gereedschapsdoos of een uitglijder op een glibberig dak; allemaal voorbeelden uit de praktijk met wellicht catastrofale gevolgen.

Als veiligheidskundige zal een bovengenoemd scenario bekend aanvoelen. Het is immers jouw taak om elke mogelijkheid op een ongeluk volledig uit te sluiten en elk risico op een ongeluk te elimineren. Echter, zoals ook elke veiligheidskundige ook zal beamen, zijn er altijd situaties waar ongelukken niet volledig uitgesloten kunnen worden.

De gevolgen van een val zijn groot

Als we spreken over valongelukken van hoogte, dan hebben we het vaak over ongelukken die leiden tot zwaar lichamelijk letsel of zelfs een dodelijke afloop kennen. Indirect leiden deze valongelukken tot hoge zorgkosten, het stilleggen van bouwplaatsen, boetes en gerechtelijke kosten. Ook wordt er vaak met negatieve zin gesproken over het bedrijf in kwestie en kan dit leiden tot zware imagoschade en zelfs faillissementen.

In dit artikel geeft AllRisk Valbeveiliging (NL) 5 tips voor veiligheidskundigen die kunnen helpen in het voorkomen van valongelukken.

Tip 1: Zorg altijd voor een plan

Maak altijd een grondige risicoanalyse voordat er begonnen wordt aan de werkzaamheden. Sluit in de risicoanalyse gevaarlijke situaties uit, breng de werkzaamheden in kaart en houd rekening met allerlei mogelijke valgevaren.

Let op: Op het moment dat werkzaamheden buiten plaats vinden, moet er rekening gehouden worden met weersinvloeden en welk effect het weer heeft op het werken op hoogte.

Deze risicoanalyse is de basis om te bepalen welke valbeveiligingssystemen gebruikt moeten worden. De keuze is eenvoudig;
  • elimineer het valgevaar helemaal met collectieve valbeveiliging,

of

  • installeer de valbeveiliging die nodig is om werknemers veilig op hoogte te laten werken.

Zorg ervoor dat de aanwezige valbeveiligingssystemen gedocumenteerd zijn, op correcte wijze geïmplementeerd worden en ook op de juiste manier gebruikt worden.

In België is het in veel gevallen verplicht om eerst een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VGM-plan) op te stellen alvorens werkzaamheden kunnen worden overwogen of gestart. Meer informatie over het VGM-plan vindt u hier. – PreBeCo

Een plan is nooit af

Een plan voor veilig werken is nooit klaar, situaties wijzigen en nieuwe gevaren dienen zich dagelijks aan. In de praktijk is dit een van de redenen waarom valbeveiliging op bouwplaatsen vaak lastig te implementeren (en bij te houden) is. Gedurende de bouw veranderen werksituaties constant, waarbij nieuwe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan.

Als veiligheidskundige is het een must om een valbeveiligings- of reddingsplan te hebben. Plannen helpen voor het uitsluiten van gevaren en het bepalen van de reddingsmethodes op het moment dat het dan toch mis gaat.

Tip 2: Training, training, training

Enkel wijzen naar valbeveiligingssystemen heeft totaal geen zin als werknemers niet weten hoe ze deze moeten gebruiken. Daarom moet een valpreventie-training altijd gevolgd worden door elke werknemer die op hoogte werkt. In België zijn deze opleidingen vooral gekend als ‘Opleiding veilig werken op hoogte’ (n.v.d.r.). Hier vindt u meer informatie over onze no-nonsense opleidingen!

Werknemers moeten risico’s kunnen identificeren, de bedrijfsfilosofie kennen, en valbeveiligingssystemen kunnen gebruiken en inspecteren (inclusief PBM).

Alleen een valbeveiligingstraining volgen is echter niet voldoende. Periodieke veiligheidssessies, toolboxmeetings en andere informele sessies en besprekingen over werken op hoogte moeten het belang van veiligheid altijd bij iedereen actueel houden.

Zorg er dus altijd voor dat trainingen op de juiste wijze gelogd worden, zodat alle sessies, formeel of informeel bijgehouden worden. Op deze wijze kan exact bijgehouden worden wanneer kennis weer up-to-date gebracht moet worden.

Tip 3: Communiceer je veiligheidsbeleid

Zorg ervoor dat het veiligheidsbeleid helder en duidelijk is voor iedereen. Zorg voor de juiste communicatie op de werkplek én dat elke werknemer het belang van veiligheid inziet. Dit veiligheidsbeleid is belangrijk om valongelukken te voorkomen, maar ook om te zorgen dat voorwerpen – die gereedschapskist uit de inleiding – niet naar beneden vallen en tot een zwaar ongeluk leiden.

Zorg ervoor dat management ook actief veiligheid uitdraagt, regelmatig de werkplaats bezoekt en ook trainingen bijwoont. Dit geeft het gevoel van betrokkenheid.

Materialen kunnen ook bijdragen in de communicatie. Video’s, veiligheidsposters en veiligheidsbordjes kunnen de communicatie bevorderen en mensen actief laten deelnemen aan veiligheid op de werkplek. Als veiligheidskundige kun je actief deze informatie verzamelen en verspreiden op de werkplaats of via interne communicatie.

Tip 4: Sta open voor verbeteringen

Stimuleer of beloon werknemers voor het signaleren van gevaarlijke situaties op de werkplek. Zorg voor betrokkenheid en een onderlinge vertrouwensband op de werkvloer. Organiseer sessies en vraag hoe werknemers zouden handelen in een bepaalde situatie.

Als er zich dan toch een incident voordoet, hoe klein dan ook, zorg ervoor dat er zichtbare maatregelen genomen worden en maak direct duidelijk dat gelijksoortige incidenten zich niet kunnen herhalen. Informeer de werknemers over deze stappen en sta open voor mogelijke (kritische) vragen vanuit de werkvloer. Moedig werknemers juist aan om feedback te geven en maak hen duidelijk dat ze gehoord worden.

 

Tip 5: Stel de juiste voorman aan

Zorg ervoor dat de leidinggevende of voorman op de werkplaats voldoende kennis heeft van veiligheid en ook goede begeleiding kan bieden op de werkplaats. Het is juist belangrijk dat een goede voorman gevaarlijke situaties (op hoogte) kan herkennen, omdat hij/zij de hele dag deze situaties ook zelf ondervindt.

De kennis van deze persoon moet dus altijd up-to-date zijn en kennisoverdracht aan het personeel is van zeer groot belang. Plan dus regelmatig trainingssessies in, zorg ervoor dat kennis verspreidt wordt en ongelukken van hoogte voorkomen kunnen worden.

Download veiligheidsposter

Speciaal voor veiligheidskundigen én voor op de werkvloer biedt AllRisk valbeveiliging een veiligheidsposter aan. Deze poster kan helpen in de bewustwording dat veilig werken op hoogte niet vanzelfsprekend is, maar wel dagelijks aandacht verdiend.

AR-Waar-moet-je-op-letten-bij-werken-op-hoogte POSTER

(Bron: AllRisk Valbeveiliging)

Het KB van 2 mei 2019 (BS 21 mei 2019) wijzigt de codexbepalingen over arbeidsplaatsen. De werkgever moet voortaan een risicoanalyse van de binnenluchtkwaliteit uitvoeren. Maatregelen zijn vereist om de CO2-concentratie op werkplekken lager dan 900 ppm te houden. Voor bestaande gebouwen die niet aan de regels kunnen voldoen, is een actieplan nodig dat aangeeft hoe de situatie zal verbeterd worden.

Wettelijk kader

Het KB van 2 mei 2019 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk inzake de binnenluchtkwaliteit in werklokalen verscheen op 21 mei 2019 in het Belgisch Staatsblad. Het brengt wijzigingen aan in de Codex welzijn op het werk en voornamelijk in Boek III Arbeidsplaatsen, Titel 1 Basiseisen betreffende arbeidsplaatsen, Hoofdstuk 4 Luchtverversing (art. III.1-34 – art. III.1-37). Het KB vervangt het huidige art. III.1-34 door een volledig nieuw artikel en brengt kleine wijzigingen aan in art. III.1-36.

Definitie werklokaal

De regels beogen een betere bescherming van de gezondheid van de werknemers door ervoor te zorgen dat ze hun werk kunnen uitvoeren in werklokalen met een goede luchtkwaliteit. Om te verduidelijken wat precies bedoeld wordt met een werklokaal, wordt de codex ook uitgebreid met een definitie van werklokaal: ‘een lokaal waarin zich een werkpost bevindt’ (art. I.1-4, 29°). De definitie moet daarom in samenhang gelezen worden met de bestaande definitie van een werkpost, d.i. ‘de plek waar men werkt, het toestel of het geheel van uitrustingen waarmee men werkt, evenals de onmiddellijke werkomgeving’ (art. I.1-4, 20°). Kanttekening hierbij is dat de bepalingen over de binnenluchtkwaliteit worden ingepast in Titel 1 Basiseisen betreffende arbeidsplaatsen uit Boek III Arbeidsplaatsen. Deze titel is enkel van toepassing op arbeidsplaatsen zoals omschreven in art. III.1-1 (zie ook kader).

Wat is een arbeidsplaats?

Titel III.1 Arbeidsplaatsen omschrijft een arbeidsplaats als ‘elke plaats die bestemd is als locatie voor werkplekken in gebouwen van de onderneming, of inrichting, met inbegrip van elke andere plaats op het terrein van de onderneming of inrichting waartoe de werknemer in het kader van de uitvoering van zijn werk toegang heeft’ (codex, art. III.1-1). Het gaat niet enkel om werkplekken in gebouwen, ook deze in openlucht voldoen aan de definitie. Bovendien behelst de definitie ook werkplekken die (tijdelijk) ter beschikking worden gesteld (bv. satellietkantoren, containers).
Thuiswerkplekken voldoen niet aan de omschrijving.

Volgende werkplekken zijn expliciet uitgesloten van de definitie van een arbeidsplaats:
– transportmiddelen gebruikt buiten de onderneming of inrichting;
– arbeidsplaatsen in transportmiddelen;
– tijdelijke of mobiele bouwplaatsen;
– winningindustrieën;
– vissersvaartuigen;
– velden, bossen en andere terreinen die deel uitmaken van een landbouwbedrijf of bosbouwbedrijf maar die buiten het bebouwde gebied van dat bedrijf liggen.

Uitgangspunt

Uitgangspunt is dat elke werkgever ervoor moet zorgen dat de werknemers in de werklokalen over een ‘goede binnenluchtkwaliteit’ beschikken. Deze omschrijving gaat verder dan wat de codex voorheen bepaalde, nl. ‘beschikken over voldoende verse lucht’ en benadrukt de preventie aan de bron (mogelijke verontreinigingsbronnen opsporen en aanpakken).

Risicoanalyse

Om preventiemaatregelen uit te werken, moet de werkgever een risicoanalyse uitvoeren. In de analyse moet er gekeken worden naar verscheidene mogelijke verontreinigingsbronnen, zoals:
– de aanwezigheid en de fysieke activiteit van personen;
– producten en materialen in de werklokalen, bv. bouwmaterialen, (vloer)bekleding, meubilair, planten en dieren, technische uitrusting, toestellen (zoals printers), gereedschap en machines;
– onderhoud, herstel en reiniging van de arbeidsplaatsen;
– kwaliteit van de aangevoerde lucht als gevolg van infiltratie en ventilatie, verontreiniging en werking van het ventilatie-, luchtbehandelings- en verwarmingssysteem.
Al deze verontreinigingsbronnen kunnen schade veroorzaken, gaande van irritatie van de ogen, de neus en de luchtwegen, hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen tot een snelle verspreiding van ziektekiemen, de vermindering van de productiviteit en de verhoging van het absenteïsme.

Voor de risicoanalyse kan gebruik gemaakt worden van visuele inspecties, controle van installaties en documenten, en is ook de medewerking van de werknemers vereist. Eventueel kan het ook nodig zijn om metingen uit te voeren.

CO2-concentratie

Technische en/of organisatorische maatregelen zijn vereist om ervoor te zorgen dat de CO2-concentratie in de lokalen gewoonlijk lager is dan 900 ppm of dat er een minimum ventilatiedebiet van 40 m3 per uur per aanwezige persoon wordt gerespecteerd. De waarde van 900 ppm is hoger dan de CO2-concentratie van 800 ppm die bepaald was in de Codex (vorige versie van art. III.1-34).
‘Gewoonlijk’ betekent gedurende 95 % van de gebruikstijd, berekend over maximaal acht uur. Verder is de waarde van 900 ppm gebaseerd op een CO2-concentratie van 500 ppm boven een gemiddelde buitenconcentratie van 400 ppm. Als metingen aantonen dat de buitenconcentratie 400 ppm overstijgt, kan rekening worden gehouden met het verschil tussen 400 ppm en de werkelijke buitenconcentratie. Hogere concentraties omwille van hogere buitenverontreiniging zijn dus mogelijk.
Een afwijking is ook mogelijk indien de CO2-concentratie in de werklokalen gewoonlijk lager is dan 1200 ppm, of dat er een minimum ventilatiedebiet is van 25 m3 per uur per aanwezige persoon.

Voorwaarden hiervoor zijn echter dat de werkgever:
– op basis van de risicoanalyse aantoont dat de werknemers een gelijkwaardige of betere bescherming genieten als gevolg van het uitschakelen of verminderen van zoveel mogelijk verontreinigingsbronnen; en
– hierover voorafgaand advies vraagt van de bevoegde preventieadviseur en van het comité.

Nieuwe en bestaande gebouwen

De nieuwe codexbepalingen inzake het respecteren van de CO2-concentraties (III.1-34§3) zijn verplicht voor werklokalen in (gedeelten van) gebouwen die worden gebouwd, verbouwd of gerenoveerd met een bouwaanvraag na 1 januari 2020.
Voor bestaande gebouwen die nog niet aan deze normen kunnen voldoen, moet een actieplan worden opgesteld om ervoor te zorgen dat men op termijn wel aan deze normen voldoet. Er moet een stapsgewijze planning opgemaakt worden om de situatie geleidelijk aan te verbeteren met maatregelen op korte, middellange en lange termijn.
De andere bepalingen, zoals het uitvoeren van de risicoanalyse, gelden voor alle werkgevers.

Praktijkrichtlijn

Om de werkgevers te helpen bij het toepassen van deze regels, wordt een praktijkrichtlijn uitgewerkt en ter beschikking gesteld op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

 

Bronnen:
KB van 2 mei 2019 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk inzake de binnenluchtkwaliteit in werklokalen (BS 21 mei 2019)
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Nieuwe regels voor de kwaliteit van de binnenlucht in werklokalen 

(Bron: Prevent)

De legionellabesmetting in de regio van Evergem, bij Gent, komt nu al enkele dagen in het nieuws. Tot nog toe zijn 16 personen in het ziekenhuis opgenomen, van wie één patiënt gisteren jammer genoeg is overleden. Ook in het verleden heeft legionella al dodelijke slachtoffers geëist. Wat is legionella? Hoe gevaarlijk is het en komt het vaak voor?

Legionella is een bacterie die voorkomt in vochtige bodems en water. En dus ook in drinkwater. Meestal is de bacterie slechts in kleine aantallen aanwezig en vormt ze geen gevaar. Maar legionella kan zich ook razendsnel vermenigvuldigen. Dat doet de bacterie het liefst in stilstaand, warm water, bij een temperatuur tussen de 20 en 50 graden Celsius. De tuinslang in de zomer is dan ook een ideale plek voor de legionellabacterie.

“In België moeten professionele waterinstallaties verplicht maatregelen nemen om legionella te voorkomen. Zo moet het water in de circuits minstens 60 graden zijn. Of moet er bijvoorbeeld chloor aan het water worden toegevoegd.”

Legionella is niet overdraagbaar van mens op mens. Legionella kan longontsteking veroorzaken, maar de meeste gezonde mensen zullen niet eens ziek worden

Wie toch besmet raakt, kan ziek worden. De symptomen lijken op griep: hoofd- en spierpijn, rillingen, misselijkheid en koorts. Maar legionella kan ook longontsteking veroorzaken.

“Vooral oudere mensen, rokers of mensen met een verzwakt afweersysteem lopen risico om ziek te worden van legionella”, zegt professor Lagrou. “Ongeveer 5 tot 8 procent van hen overleeft de infectie niet. Maar ons lichaam heeft normaal gezien voldoende afweermechanismen. De meeste mensen met een gezonde immuniteit zullen niet eens ziek worden. Legionella is ook goed te behandelen met antibiotica.”

Vorig jaar zeker 12 doden

Toch duiken er af en toe verhalen op van legionella-uitbraken, ook met dodelijke slachtoffers. In ons land is het al van 1999 geleden dat er nog eens een uitbraak zoals nu in Evergem heeft plaatsgevonden. Toen werden 93 mensen ziek nadat ze een handelsbeurs met bubbelbaden hadden bezocht. Vijf mensen overleefden het niet.

Sindsdien moeten in Vlaanderen alle gevallen van legionella gemeld worden bij het Agentschap Zorg en Gezondheid. Uit de cijfers daar blijkt dat er vorig jaar 147 legionellabesmettingen werden gemeld. Zeker 12 patiënten overleden aan de gevolgen van legionella. “Het gaat dan om sporadische gevallen. En vaak wordt de bron van besmetting niet gevonden”, zegt professor Lagrou.

“Het duurt namelijk normaal 5 à 6 dagen voor de eerste symptomen optreden. In sommige gevallen kan het zelfs tot 19 dagen duren.” Het zou dus kunnen dat er ook nu in Evergem nog nieuwe besmettingen opduiken.

De longontsteking die de legionellabacterie kan veroorzaken wordt ook wel de veteranenziekte genoemd. Die naam is ontstaan toen de bacterie in 1976 werd ontdekt toen zich een epidemie van longontsteking voordeed onder oud-strijders uit het Amerikaanse leger. Zij logeerden tijdens een reünie in hetzelfde hotel, en raakten waarschijnlijk besmet door het water uit de douches. 221 veteranen werden ziek, en er stierven uiteindelijk 34 mensen aan een longontsteking.

Wat kan je doen om legionella te vermijden?

  • Stel de boiler voor warm water af op 60 graden
  • Laat de tuinslang in de zomer volledig leeg voor je het zwembad vult of door de sproeiers loopt
  • Laat de waterleidingen na vakantie of in een vakantiehuisje eerst even doorlopen

(Bron: VRT)

Wat met legionella op de werkvloer?

De legionellaproblematiek maakt deel uit van de globale risicoanalyse die elke werkgever dient op te maken ter bescherming van zijn werknemers. Indien een werkgever bijvoorbeeld een douche ter beschikking stelt voor zijn werknemers dient hier een risicoanalyse van gemaakt te worden. Op basis van de resultaten van de risicoanalyse zal de werkgever al dan niet maatregelen moeten treffen om zijn personeel te beschermen tegen eventuele besmetting.

Alle inrichtingen en alle aerosolproducerende installaties zijn wel verplicht om binnen een jaar een beheersplan en een risicoanalyse op te stellen. De te nemen maatregelen die in het beheersplan en de risicoanalyse moeten worden beschreven, zijn afhankelijk van de individuele installatie.

In het dossier ‘legionella’ maken we dus eerst de risicoanalyse. Vervolgens stellen we een procedure op waarin we de ontwikkeling en de verspreiding van de bacterie gaan uitschakelen in de vorm van een ‘legionellabeheersplan’.