Sociale Verkiezingen 2020

De sociale verkiezingen vinden plaats van 11 tot 24 mei 2020. Een doeltreffende organisatie van deze verkiezingen vereist van de ondernemingen een belangrijke inzet van mensen en middelen. Deze inspanningen zijn echter een uitstekende investering op termijn. De sociale verkiezingen zijn immers geen doel op zich, maar leiden tot de samenstelling van inspraakorganen waarin vruchtbaar sociaal overleg op ondernemingsvlak kan plaatsvinden: de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk. De sociale verkiezingen verlopen volgens een zeer strikte procedure. Tijdens de informatiesessie zal een toelichting gegeven worden bij deze wettelijk te volgen procedure voor de organisatie van de sociale verkiezingen. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de nieuwigheden in de wetgeving.
Meer informatie over deze sessies vind je op de Evenementenwebsite van de FOD Werkgelegenheid.

(Bron: FOD WASO)

In mei ging de Europese ‘General Data Protection Regulation’ (GDPR) of ‘Algemene Verordening Gegevensbescherming’ (AVG) van kracht. Wat moeten preventieadviseurs weten? Dit artikel is een eerste aanzet.

De verordening gaat over het beheer en de verwerking van persoonsgegevens. Een persoonsgegeven wil hier zeggen: iedere informatie die rechtstreeks of onrechtstreeks gelinkt kan worden aan een persoon. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vertrouwelijke/publiek toegankelijke en professionele/niet professionele informatie.

Implicaties voor HSE

De implicaties voor onze sector zijn verregaand omdat de wetgeving alles omvat van fiches in een kaartenbak tot specifieke databanken waarin processen en gegevens worden opgeslagen. Wat valt er zoal onder verantwoordelijkheid van de interne dienst of HSE-afdeling?

  • Een preventieadviseur verzamelt en beheert persoonsgegevens en heeft daardoor binnen de nieuwe wet de rol van verwerkingsverantwoordelijke. Denk maar aan de registratie en onderzoek van arbeidsongevallen, het bijhouden van gevolgde vormingen en attesten, de gezondheidsstatus en het gezondheidstoezicht, PBM-gebruik en wellicht nog andere gegevens die verbonden zijn aan een persoon.
  • De verwerking van gevoelige gegevens (zoals de gezondheidsstatus) is in principe verboden, tenzij die noodzakelijk is voor doeleinden van preventieve of arbeidsgeneeskunde, voor de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer of medische diagnoses. Dit moet gebeuren onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg (lees: de arbeidsgeneesheer).

Basisbeginsels

Wat zijn de spelregels? De basisbeginsels van de gegevensbescherming bestaan al in het huidige recht maar worden in de nieuwe wetgeving aanzienlijk versterkt. Iedere verwerkingsverantwoordelijke moet deze beginsels eerbiedigen:

  • rechtmatige, behoorlijke en transparante verwerking van persoongegevens
  • voor een welbepaald doeleinde
  • minimale gegevensverwerking
  • juistheid nastreven, inzage en verbetering mogelijk maken
  • beperkte bewaartermijn
  • integriteit en vertrouwelijkheid

Hoe begin je eraan?

1. Ga bewust om met persoonsgegevens:

  • Informeer de personen van wie je gegevens bijhoudt
  • Noteer wanneer en waarvoor je de gegevens hebt gekregen
  • Verzamel enkel noodzakelijke persoonsgegevens
  • Verwijder de gegevens als het doel bereikt is
  • Hergebruik geen persoonsgegevens voor een ander doel
  • Bescherm de persoonsgegevens

2. Inventariseer welke bestanden met persoonsgegevens je hebt en wie daar toegang tot heeft

Werk je in een grotere organisatie dan kan je verwachten dat er om een register gevraagd wordt. In een KMO zal je nog een en ander zelf moeten uitdokteren.

 

Bron: Willem Kolpa

Oscare is een non-profitorganisatie die met kennis van zaken en met begeestering aan de slag gaat met slachtoffers van brandwonden of andere littekens. Directeur Koen Maertens is stellig: met de juiste ondersteuning is iemand die getekend is door het leven, niet getekend voor het leven. Met Oscare trekt hij de kaart van ondersteuning, opleidingen en preventie.
Om dat doel te bereiken, rekent Oscare op partners, die investeren met centen én met menselijk kapitaal. De vonk van Koens betoog sloeg over op BestSiteStory: we zijn maar wat graag  partner van Oscare en hopen via dit kanaal deze onmisbare organisatie de wind in de zeilen te geven.

Betrokken partners in een ‘vurige’ relatie.

De locatie voor ons gesprek was hoogst origineel. We zagen elkaar op Bengelpop in Balen, een fantastisch festival voor kinderen van het eerste en het tweede leerjaar. Uiteraard kon het jonge volkje zich ongeremd amuseren, maar het bleek ook de geknipte gelegenheid om hen te informeren en te sensibiliseren. De mensen van Oscare werden hierin bijgestaan door een dozijn dynamische werknemers van PreBeCo, een partner die niet alleen cheques wil tekenen maar waarop Oscare ook echt kan rekenen. Met twee van hen kneep ik er even tussenuit voor een gesprek zonder oorverdovend kindergeluid: het werd een boeiende babbel met Koen van Oscare en Steven van PreBeCo.

Koen: “Oscare is heel kleinschalig begonnen met de zorg en nabehandeling van mensen met brandwonden. Op die manier bouwden we een expertise op waarmee we een bredere groep zorgbehoevenden letterlijk en figuurlijk in de watten konden leggen. Op tien jaar tijd is onze actieradius verviervoudigd en kunnen we voor een steeds grotere groep mensen hét verschil maken. Uiteraard kost dat veel geld. In die optiek zijn we permanent op zoek naar partners, die niet alleen hun portefeuille maar ook hun hart laten spreken. We proberen dus echt in zee te gaan met passionele partners, niet met bedrijven die zich laten verleiden tot een verstandshuwelijk. In een ideaal scenario kunnen de twee partners zich inhoudelijk met elkaar identificeren en is er ook persoonlijke betrokkenheid. Ons partnerschap met PreBeCo kan gelden als schitterend schoolvoorbeeld: onze relatie is even duurzaam als dynamisch.”
Steven: “Wij begeleiden kmo’s op het gebied van veiligheid en welzijn en zorgen voor preventie, begeleiding en consultancy. Brandpreventie is onderdeel van dat pakket, en in dat kader leerden we de mensen van Oscare en de organisatie erachter kennen. De vonk sloeg meteen over en de match groeide spontaan. Tussen de honderden goede doelen voelde de keuze voor Oscare organisch en juist. Samenwerken met Oscare is dynamisch tweerichtingsverkeer: het is meer dan financieel steunen en gaat ook over inhoudelijk en organisatorisch ondersteunen.”

Koen: “De aanwezigheid van de mensen van PreBeCo op dit festival en op Pennenzakkenrock kan gelden als ideale illustratie. Twee dagen lang is het kantoor van PreBeCo gesloten en tekent de ganse équipe voor Oscare present, om  -letterlijk- levensbelangrijke contacten met de jonge generatie te leggen. Dergelijke samenwerking is een win-win: voor ons is het veel makkelijker om experts te ‘briefen’ en in te schakelen en Steven en zijn collega’s kunnen hun voeling met een specifiek publiek optimaliseren.
In het kader van preventie zijn jongeren een bijzonder belangrijke doelgroep: jong geleerd is immers oud gedaan. Als jongeren brandveilig leven als de norm gaan beschouwen, wordt een dergelijk leven ook echt normaal. Door hen te informeren kunnen zij hopelijk hun ouders sensibiliseren: onrechtstreekse informatie blijkt een succesvolle strategie voor activatie.”

Verrijkend, in de figuurlijke betekenis van het woord

Steven: “Dagen als vandaag zijn bijzonder verrijkend. En dan heb ik het niet over een eventuele return on investment. Dat is misschien het unieke aan een partnership met Oscare: je rekent in mensenlevens, niet in euro’s. In plaats van een eenmalige gift opteren we  bewust voor een blijvende shift. Door hier van de partij te zijn, zien we de mensen van Oscare ‘live’ in actie. De drive en de expertise waarmee zij te werk gaan, vergroot de goesting om een stevige steen bij te dragen. Door steun te geven, veranderen we menig leven! Een absolute transparantie is een sterkhouder van onze alliantie: we zien het resultaat van onze hulp en dat menselijke ‘rendement’ rechtvaardigt elke cent.”

Eerst getater, de rest komt later: preventie is de essentie

Er is nog heel veel werk aan de winkel, daarover zijn Steven en Koen het eens.
België scoort bijzonder slecht op het vlak van woningbranden: zo hebben we in verhouding drie keer meer dodelijke slachtoffers dan onze noorderburen.
De sensibilisering van jongeren is één zaak, maar het opvoeden van de huidige volwassenen is een nog veel grotere taak. Daarvoor zijn veel centen nodig en ook en vooral: veel ambassadeurs. Mensen die met kennis van zaken en overtuiging ijveren voor een brandveiligere samenleving. Door te praten: over vuur én met vuur!

BRON: BestSiteStory

Bijvullen met benzine leidt tot brand

Een werknemer raakte ernstig verbrand tijdens het bijvullen van benzine in de brandstoftank van een machine voor het aanbrengen van isolatieschuim.

Wat gebeurde er?

Werknemers waren bezig met het aanbrengen (inspuiten) van isolatieschuim in een plafond van een winkelruimte. De genera­ tor en compressor, beide aangedreven met een benzinemotor, bevonden zich in een bestelwagen die voor de winkel stond.
Toen het schuimpistool uitviel, ging één van de werknemers naar de bestelwagen om de tank bij te vullen. Hij nam de jerrycan maar tijdens het openen spoot de benzine over het hele compartiment en over hemzelf. De benzine vatte onmiddellijk daarna vuur waardoor zijn hele lichaam verbrand raakte. Omwille van deze zeer ernstige brandwonden werd hij 3 maan­ den in coma gehouden en moest daarna nog meer dan een jaar in het ziekenhuis doorbrengen .

Preventie

Uit het onderzoek bleek dat er onvoldoende was gedaan om het risico te beheersen. Het was bijvoorbeeld mogelijk geweest om apparatuur aangedreven door diesel te gebruiken of nog beter met een grotere tank zodat bijvullen enkel bij het begin van de werkdag nodig is.
Op dat ogenblik is de apparatuur nog niet in gebruik en koud zodat het bijvullen in veiligere omstandigheden kan gebeuren. Andere mogelijke preventiemaatregelen zijn het gebruik van een jerrycan met een ‘no spill’-schenktuit en deze uit de buurt houden van ontstekingsbronnen.

Wat betekent het? Reddingsborden

Veiligheidspictogrammen geven belangrijke informatie. Door de combinatie van de vorm, kleur en het symbool, zijn de borden makkelijk te begrijpen. De rechthoekige groene borden met een wit symbool worden gebruikt om de plaats aan te duiden van reddingsmiddelen.

Bron : HSE

Een Franse arbeider die het slachtoffer was van een zeer ernstig arbeidsongeval waardoor hij blind werd en verminkt raakte, ontvangt na een gerechtelijke procedure van twaalf jaar een schadevergoeding van 2,7 miljoen euro. Zijn advocaat spande een proces aan tegen het bedrijf waar de arbeider op het ogenblik van het ongeval aan het werk was.

Het ongeval
In de zomer van 2006 werd een 32-jarige arbeider het slachtoffer van een ernstig arbeidsongeval waardoor hij blind werd en verminkt raakte. Tijdens het werken aan waterleidingen onder hoge druk in een bedrijf in de Franse regio Bourgogne, merkte hij een lek op. Toen hij naar de installatie toeliep, ontplofte die. Ten gevolge van die ontploffing, werd hij volledig blind. Hij liep ook verschillende breuken op, evenals ernstige verwondingen in het gezicht, waarvan een deel werd weggerukt. Hij onderging verschillende chirurgische ingrepen. De functionele gevolgen zijn ernstig.

Derde partij aangeklaagd
De zaak kon voor de correctionele rechtbank gebracht worden, aangezien niet de werkgever, maar een derde partij werd aangeklaagd. Indien de werkgever van de arbeider verantwoordelijk was geweest voor het ongeval, dan zou de zaak enkel door de Franse Tribunal des Affaires de Sécurité sociale beslecht kunnen worden. Maar op de dag van de feiten had zijn werkgever uit Lotharingen hem naar een bedrijf in Bourgogne gestuurd. De advocaat spande een proces aan tegen dat bedrijf omdat het de veiligheidsmaatregelen niet zou hebben meegedeeld.

Voor de correctionele rechtbank
De advocaat wou de zaak voor de correctionele rechtbank behandeld zien, aangezien de Tribunal des Affaires de Sécurité sociale vaak lagere schadevergoedingen toekent omdat het slachtoffer een uitkering krijgt ter compensatie van zijn inkomstenverlies (door zijn handicap kan hij het werk niet hervatten). Maar deze uitkering houdt geen rekening met de vele kosten die niet door de sociale zekerheid worden terugbetaald (zoals de aanpassing van zijn woning aan zijn handicap).

En wat als dit in België was gebeurd?
Op het vlak van de sociale zekerheid – de compensatieregelingen m.b.t. arbeidsongevallen maken deel uit van ons socialezekerheidsstelsel – vertonen Frankrijk en België erg veel gelijkenissen. Bij een arbeidsongeval vergoedt het systeem van sociale zekerheid de slachtoffers. Het enige verschil is dat in België private verzekeraars (onder de voogdij van Fedris) zorgen voor de uitbetalingen, terwijl dit in Frankrijk een overheidsinstantie is.

De uitbetalingen aan het slachtoffer van een arbeidsongeval staan los van de schuldvraag. Daarom komen sommige schadeposten niet in aanmerking voor een vergoeding (onder meer kan geen ‘morele’ schadevergoeding worden geëist). In het bovenstaande geval hebben de vreselijke kwetsuren van het slachtoffer echter zonder enige twijfel een zware aanslag betekend op zijn levenskwaliteit.

Er is wel een uitzondering, zowel in Frankrijk als in België: wanneer de aansprakelijkheid voor het arbeidsongeval (de ‘schuld’) kan bewezen worden ten aanzien van iemand vreemd aan de onderneming. In dit geval kan de arbeidsongevallenverzekeraar deze kosten terugvorderen via aansprakelijkheidsregelingen en vergoedingen eisen voor morele, esthetische en materiële schade.
Om terug te komen op het bovenstaande geval: de afgedwongen schadevergoeding, die ruim boven de wettelijk vastgelegde modaliteiten lag, zou in ons land wellicht ook kunnen gegeven geweest zijn in een gelijkaardige context.

Bron: bienpublic.com, Prevent

Vlaanderen moet tegen 2040 volledig asbestvrij zijn, maar er zou nog meer dan 2 miljoen ton aan asbesthoudend materiaal aanwezig zijn in en rond onze woningen, scholen, bedrijven en openbare gebouwen. De Vlaamse regering steekt dan ook een tandje bij. De gemeenten zullen naast hun subsidies voor het ophalen van asbest ‘aan de bron’, ook subsidies kunnen krijgen voor het ondersteunen van samenkoopprojecten voor het vervangen van asbesthoudende materialen of het opmaken van een asbestinventaris. De basis voor dit versnelde asbestafbouwbeleid werd gelegd in 2017, maar het ministerieel besluit met de concrete uitwerking en de subsidiebedragen verscheen nu pas in het Belgisch Staatsblad. Het MB treedt wel retroactief in werking.

90%-subsidie voor wie nog dit jaar reageert

De Vlaamse overheid draagt tot 90% van de projectkosten van de asbestafbouwprojecten die nog dit jaar worden ingediend. In bepaalde gevallen komt daar zelfs nog een bedrag bovenop ter vergoeding van de kosten voor de coördinatie van het project. Wie wacht tot volgend jaar, krijgt 15% minder. Een steunaanvraag indienen voor een samenkoopformule voor asbestinventarisatie kan echter alleen nadat de OVAM daarvoor een projectoproep heeft gelanceerd. De gewestsubsidies gaan uitsluitend naar ‘impulsprojecten die een versnelde asbestafbouw faciliteren’, en meer bepaald naar projecten voor bronophaling, bronverpakking of samenkoop die uitgaan van gemeenten, gemeentebedrijven, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, verenigingen van steden en gemeenten, provincies of provinciebedrijven.

Subsidiepercentages en maxima

Hierna vindt u een overzicht van de subsidiebedragen.

Richtlijnen voor de besturen

Het ministerieel besluit met de nieuwe subsidieregels voor asbestafbouw bevat in bijlage een lijvige ‘Algemene richtlijn’ over hoe de subsidies moeten worden aangevraagd, welke documenten in het aanvraagdossier moeten zitten, hoe de subsidieerbare kosten berekend worden, welke types van projecten in aanmerking komen, enz. Die ‘Algemene richtlijn’ is echter niet alleen van toepassing op de aanvragen voor asbestsubsidies, maar op álle afvalgebonden subsidieaanvragen van de lokale besturen.

Sinds oktober 2017…

Op 12 oktober 2017 kondigde de minister van Omgeving een ministerieel besluit af waarin zij onder meer een subsidie van 90% (in 2018) of 75% (in 2019) beloofde aan lokale besturen die zouden investeren in projecten en voorzieningen voor het ophalen van asbesthoudende materialen op de bronlocatie. De te subsidiëren kosten zouden zowel de inzamelkosten, als de stortkosten dekken. Dat ministerieel besluit trad in werking op 15 oktober 2017 (art. 28).
Maar het subsidieregime voor asbestafbouw uit dat MB van 2017 wordt nu integraal vervangen door het MB van 29 mei 2018. De wijzigingen treden bovendien met terugwerkende kracht in werking. En het kon niet snel genoeg gaan, want de wijzigingen uit het nieuwe MB treden nog vóór de tekst van het oorspronkelijke MB in werking. Namelijk op 12 oktober 2017 (art. 2)
Van toepassing:

■Vlaams Gewest.
■Retroactief. Vanaf 12 oktober 2017 (art. 2).

Lees meer

De bouw wil het hoge aantal arbeidsongevallen in de sector tegen 2020 halveren. Vorig jaar werden zo’n 15.000 bouwvakkers slachtoffer van een arbeidsongeval en daarmee scoren we Europees gezien onder het gemiddelde. En dus start Confederatie Bouw een bewustmakingscampagne. 

 Een werknemer in de Belgische bouwsector heeft van alle werknemers één van de hoogste risico’s op een arbeidsongeval.  Vorig jaar waren er zo’n 15.000. Dat is 11% van alle arbeidsongevallen die in België gebeurden. Met dat cijfer scoort ons land onder het Europees gemiddelde. In vergelijking met de toplanden (Nederland, Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden) blijkt dat het ongevalsrisico in België bijna 3 keer hoger ligt.

De helft van de arbeidsongevallen leidt tot arbeidsongeschiktheid van kortere of langere duur. Zowat 15 procent zorgt zelfs voor blijvende invaliditeit en in zeldzame gevallen (0,2 procent) zelfs tot het overlijden van het slachtoffer. Heel wat arbeidsongevallen worden veroorzaakt door een val van het slachtoffer of het verlies van controle over een machine of gereedschap.

Om het aantal arbeidsongevallen te laten dalen plant de Confederatie Bouw  een grootschalige bewustmakingscampagne. Bedoeling is om via een communicatiecampagne het veiligheidsbewustzijn te benadrukken en te focussen op preventie. Dat zou tegen 2020 voor een halvering van het aantal arbeidsongevallen moeten zorgen.

Maar ook de architecten en opdrachtgevers kunnen de veiligheid helpen verbeteren, en zeker de overheid als ze grote bouwwerken bestelt, zegt Véronique Vanderbruggen, woordvoerster van Confederatie Bouw. “We hebben allemaal de verantwoordelijkheid dat wanneer scholen of wegen gebouwd worden, dit niet ten koste mag gaan van armen en benen.”

BRON:  VRT NIEUWS; Charlotte Van Driessche

Op 26 februari 2018 verscheen een KB in het Belgisch Staatsblad dat wijzigingen aanbrengt inzake verplichte meldingen aan Toezicht Welzijn op het werk. Hierdoor is het voortaan ook niet meer verplicht om het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk in te sturen. Het moet wel nog steeds opgemaakt en bijgehouden worden.

Wettelijk kader

Het KB van 7 februari 2018 verscheen op 26 februari 2018 met als titel KB tot opheffing van diverse bepalingen betreffende notificaties aan de met het toezicht belaste ambtenaar die in toepassing van artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek werd aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het KB wijzigt verscheidene artikels in de Codex welzijn op het werk die alle betrekking hebben op verplichte meldingen aan Toezicht welzijn op het werk (inspectie). Lees Minder verplichte kennisgevingen voor het overzicht van alle wijzigingen.

Jaarverslag niet insturen, wel bijhouden

Het KB vervangt art. I.2-22 over het jaarverslag. De nieuwe bepaling zegt dat het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk moet bijgehouden worden zodat het ter beschikking is van de inspectie. In dit artikel is geen sprake meer van een termijn voor het opmaken van het verslag maar het artikel over het bezorgen van het jaarverslag aan het comité is onveranderd gebleven. De interne dienst moet ten minste vijftien dagen voor de vergadering van de maand februari het jaarverslag van de interne dienst aan de comitéleden sturen (art. II.7-24). De termijn voor het opmaken van het jaarverslag blijft dus januari – februari.
Het KB treedt in werking 10 dagen na de verschijning in het staatsblad op 8 maart 2018. Dit wil zeggen dat het jaarverslag voor het jaar 2017 niet meer hoeft doorgestuurd te worden naar de FOD.

Wijzigingen aan Codex welzijn op het werk, art. I.2-22

Boek I – Algemene beginselen, Titel 2 – Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid
Hoofdstuk 4 Verplichtingen van de werkgever in verband met bepaalde documenten

Art. I.2-22

Oude tekst
Nieuwe tekst
De werkgever stuurt aan de met het toezicht belaste ambtenaar een volledig jaarverslag over de werking van de interne dienst uiterlijk binnen drie maanden na het afgelopen burgerlijk jaar waarop het betrekking heeft.

 

De werkgever houdt het jaarverslag van de interne dienst, bedoeld in artikel II. 1-6, § 1, 2°, b), ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren

Jaarverslag opmaken

Het opmaken van het jaarverslag is een opdracht van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (Codex, II.1-6, §1, 2°, b). De inhoud van het jaarverslag wordt vastgelegd in bijlage II.1-3. Het jaarverslag bevat 11 rubrieken waarin informatie meegedeeld moet worden over arbeidsongevallen, het gezondheidstoezicht, psychosociale interventies, de activiteiten van de dienst, enz.
Op de website van de Federale Overheidsdienst voor Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg staat een verklarende nota die uitlegt hoe de verschillende rubrieken ingevuld moeten worden. Er zijn ook modelformulieren in Word ter beschikking.

Bron: Prevent

Voor 57 categorieën van machines voor gebruik buitenshuis gelden op Europees vlak specifieke regels met betrekking tot de geluidsemissies. Deze regels worden opgelegd door de Europese richtlijn 2000/14/EG. Deze richtlijn is in herziening.

Geluidsvermogen
Met geluidsvermogen bedoelt men de totale geluidsenergie van een machine of werktuig.
Om het gewaarborgde geluidsvermogen te bepalen, meet de producent het geluidsvermogen en voegt daaraan een marge toe voor mogelijke variaties in de productie en de metingen. Het gewaarborgde geluidsvermogen ligt altijd hoger dan het gemeten geluidsvermogen.

Reglementering in herziening
De Europese Richtlijn 2000/14/EG (richtlijn van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis) regelt de geluidsemissie van materieel voor gebruik buitenshuis. De Europese Commissie heeft in het kader van de herziening van deze richtlijn een publieke consultatie gelanceerd om de actuele wetgeving te evalueren. Met deze consultatie (beschikbaar in 6 talen) wil de Commissie bijdragen verzamelen van alle geïnteresseerde partijen, stakeholders en burgers.
Richtlijn 2000/14/EG werd omgezet in Belgische wetgeving door het KB van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen van materieel voor gebruik buitenshuis (BS van 12 maart 2002).

Betrokken producten
Onder de richtlijn vallen machines en werktuigen die in de bewoonde zones worden gebruikt en die daarom kunnen bijdragen tot geluidshinder in de leefomgeving, ongeacht of ze voor professioneel of voor privaat gebruik bedoeld zijn.
De reglementering beoogt niet alleen de bescherming van de gezondheid en het algemeen welzijn, maar heeft ook oog voor de goede werking van de interne markt.
De reglementering is van toepassing op 57 soorten machines en werktuigen, van bouwmachines tot grasmaaiers.

Vereisten
Op elke machine en elk apparaat die onder deze richtlijn vallen, moet de fabrikant naast de CE-markering ook een vermelding aanbrengen van het gewaarborgde geluidsvermogen. Voor sommige categorieën (opgenomen in bijlage XI van het KB van 6 maart 2002, zoals bv. heftrucks) zijn geluidsgrenswaarden opgelegd (zie kader 1). Voor andere machines en werktuigen (opgenomen in bijlage XII van het KB van 6 maart 2002) gelden geen grenswaarden; enkel een geluidsmarkering is verplicht (bv. kettingzagen, houthakselaars) (zie kader 2).
Naast de CE-markering met vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogen moet het materieel ook vergezeld zijn van de EG-verklaring van overeenstemming. Naar gelang de categorie waartoe het materieel behoort, gelden er verschillende conformiteitsbeoordelingsprocedures waarbij ook de tussenkomst van een aangemelde instantie vereist is.

Controle
De overheid heeft het recht om het materieel op de markt te controleren en geluidsmetingen uit te voeren. Materieel dat niet voldoet aan de voorschriften van het KB van 6 maart 2002 kan door de overheid uit de handel genomen worden.

Bron: Prevent

De Raad voor Accreditatie (RvA, de toezichthouder op het VCA-systeem in Nederland), heeft de nieuwe VCA-versie 2017/6.0 geaccepteerd. VCA 2017/6.0 stelt veiligheid nog meer centraal, bevat verbeteringen op het gebied van de werkplek en veilig gedrag en zorgt voor meer duidelijkheid en betrouwbaarheid voor de keten. Ook is er nu één schema voor Nederland en België, zonder eigen accenten.

Van oud naar nieuw

VCA 2017/6.0 vervangt de vorige versie, 2008/5.1. Toch zal het nog enige tijd duren voordat hij echt in gebruik zal zijn genomen. Dit komt doordat we nog wat zaken moeten regelen om ervoor te zorgen dat de certificatie-instellingen volgens de nieuwe versie kunnen gaan certificeren. Natuurlijk moet ook de nieuwe checklist nog worden gepubliceerd, zodat bedrijven precies weten aan welke eisen ze moeten voldoen. Op VCA.nl laten we u weten wanneer het allemaal zover is. Alle VCA-gecertificeerde bedrijven krijgen uiteindelijk met de nieuwe versie te maken. Er geldt wel een overgangsregeling. Die houdt in dat bedrijven bij hun eerstvolgende (her)certificeringsmoment op VCA 2017/6.0 overgaan. De nieuwe versie heeft geen gevolgen voor de VCA-examens. Mensen met een VCA-diploma krijgen er dus niet mee te maken.

Wat wordt er anders?

Op hoofdlijnen kent VCA 2017/6.0 vijf grote verbeteringen:

1. Terug naar de basis
Veiligheid komt nog meer centraal te staan. Door strakker te formuleren en te ontdubbelen, hebben we het aantal eisen verminderd. De eisen die overblijven hebben we logischer gestructureerd. Vergeleken met de vorige VCA-versie is er minder aandacht voor milieu.

2. Werkplek: meer aandacht voor de praktijk
We hebben de onderdelen van de VCA die over de werkplek gaan, aangescherpt op basis van de laatste inzichten en feedback van gecertificeerde bedrijven. De onderdelen sluiten nu beter aan bij de veiligheidspraktijk van vandaag. Ook is er meer tijd ingeruimd voor audits op de werkplek.

3. Gedrag: ruimte voor maatwerk
Ieder bedrijf is anders. Wat bij de een werkt als het gaat om het stimuleren van veilig gedrag, hoeft bij de ander (nog) niet op die manier te werken. Het vakgebied gedragsbeïnvloeding is bovendien volop in ontwikkeling en bedrijven moeten de kans krijgen om op die ontwikkelingen in te spelen. Daarom komt er meer ruimte voor een maatwerkaanpak van de gedragsaspecten van VCA. Het observatieprogramma uit de vorige VCA-versie is vervangen door een programma voor VGM-bewustzijn en -gedrag, dat verplicht is voor VCA**-bedrijven.

4. Meer duidelijkheid en betrouwbaarheid voor de keten
We hebben de positie van de zzp’er binnen de VCA verduidelijkt. Door meer must-vragen op te nemen voor het certificatieniveau VCA*, verhogen we de betrouwbaarheid van partijen aan het begin van de keten. Ook moeten inhurende partijen (meestal VCA**- en VCA Petrochemiebedrijven) onderaannemers op meer punten toetsen dan nu het geval is.

5. VCA en andere landen: meer gelijkwaardigheid en betere toepasbaarheid
Met de komst van VCA 2017/6.0 is er één schema voor Nederland en België. Deze landen leggen geen eigen accenten meer. We hebben de nieuwe versie zo ingericht dat ook andere landen deze makkelijk kunnen gebruiken, met een duidelijke ondergrens van wat zij precies moeten regelen.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de VCA-beheersorganisatie voor België, de vzw Contractor Safety Management via contact@besacc-vca.be.

Bron: vzw BeSaCC-VCA