Hoeveelheid licht
Het KB basiseisen arbeidsplaatsen van 2012 wordt op enkele punten verduidelijkt. Ten eerste op vlak van verlichting. Tot nu toe moest de werkgever een risicoanalyse uitvoeren om de hoeveelheid licht te bepalen en er voor te zorgen dat ongevallen door de aanwezigheid van voorwerpen of hindernissen en vermoeidheid van de ogen werden voorkomen. Hierbij liet men de werkgever vrij om de normen NBN EN 12464-1 en NBN EN 12464-2, respectievelijk voor binnen- en buitenverlichting, toe te passen dan wel voorschriften van de Minister van werk. Deze laatste voorschriften waren tot nu toe echter nog niet gepubliceerd.

Lux-waarden
In bijlage II van het KB worden deze nu wel opgenomen in de vorm van lux-waarden zoals we deze min of meer kennen uit art. 62 van het ARAB, namelijk in functie van het type werk. Er worden wel enkele andere belangrijke parameters vermeld zoals verblinding, kleurweergave-index en kleurtemperatuur. In het kader van noodverlichting is er een verduidelijking voor situaties waar werknemers bij het uitvallen van de kunstverlichting aan een verhoogd risico worden blootgesteld. Men wil bekomen dat men gepast het werk kan afsluiten door ten minste 10% van de normale verlichting te voorzien.

Verse lucht
Wat verluchting betreft, wordt het begrip “zuivere lucht” vervangen door “verse lucht” met het oog op het consequent gebruik van dezelfde termen. Er werd gekozen voor “verse lucht” vermits lucht in principe nooit volledig zuiver kan zijn. Verder wordt de verplichte 30 m³ lucht per uur en per in de besloten werkruimte aanwezige werknemer vervangen door een na te streven CO2-gehalte. De werkgever moet technische of organisatorische maatregelen nemen om onder een CO2-concentratie van 800 ppm te blijven. De absolute grenswaarde van CO2 in deze werklokalen mag nooit hoger zijn dan 1200 ppm. Deze nieuwe bepaling is aangepast aan de huidige wetenschappelijke inzichten betreffende de gezondheidseffecten door een tekort aan verluchting en geeft de werkgever de mogelijkheid deze gemakkelijker te meten dan het ventilatiedebiet.

Luchtvochtigheid
Ten slotte wordt nog een oude ARAB-waarde terug uit de kast gehaald, de relatieve vochtigheid. Het streefdoel is voortaan om deze tussen 40 en 60 % te houden, tenzij dit om technische redenen niet mogelijk is. Maar de werkgever mag hiervan afwijken tot een relatieve luchtvochtigheid tussen 35 en 70 % indien hij aantoont dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die een risico kunnen vormen voor de gezondheid van de aanwezige personen op de arbeidsplaats.

Bron: Prebes.be