Hoogtewerker veilig gebruik

In meer dan 80% van de gevallen is onoplettendheid of onjuist gebruik de oorzaak van ongevallen met hoogwerkers. Hou rekening met het risico op omkantelen, vallen, elektrocutie, katapulteffect en beknelling en voorkom (fatale) ongevallen.

1. Plan de route van de hoogwerker zorgvuldig

De route moet zo gepland worden dat er altijd een afstand behouden blijft tussen het platform en mogelijke hindernissen op hoofdhoogte. Wanneer hindernissen onvermijdbaar zijn, is het vooral bij telescoophoogwerkers aangeraden om enkel de fijninstelling te ge­bruiken. Rijd ook nooit wanneer de bediener zich in de hoogte bevindt, tenzij dat de optie met het kleinste risico inhoudt. In dat geval moet de hoogwerker met de laagst mogelijke snelheid verplaatst worden.

2. Kies de hoogwerker zorgvuldig

De gekozen hoogwerker moet geschikt zijn voor het nodige manoeuvre bij werkzaamheden nabij een hindernis op hoofdhoogte. Houd hierbij rekening met de reikwijdte van de machine en de vrije ruimte.

3. Zorg voor vertrouwdmaking

Operators moeten vertrouwd geraken met de specifieke hoogwerker die gebruikt zal worden. Dit moet geoefend worden in een bereik met weinig risico’s of obstakels. Personeel op de grond moet vertrouwd zijn met de noodregelingen en grondbediening en moe­ten regelmatig de nooddaalprocedures oefe­nen.

4. Goede toestand van de bodem

De bodem moet zo vlak mogelijk zijn. Hindernissen, greppels, gaten en putten moe­ten afgeschermd worden. Let wel op voor verborgen of afgedekte putten, het gewicht van een hoogwerker mag niet onderschat worden. Bij het breken van de afdekking kan de hoogwerker alsnog kantelen. Gebruik ook geen hoogwerker op een slechte bodem.

5. Zorg voor goed zicht op hoogte

Bij weinig daglicht moet adequate verlichting voorzien worden of het werk opgeschort.

6. Minimaliseer afleidingen

Elke vorm van afleiding op het werkplatform moet vermeden worden. Losse voorwerpen dienen opgeborgen te worden in gekeurde opbergkisten. Ook afleiding op de grond moet zoveel mogelijk uitgesloten worden.

7. Belemmer hoogwerkerbedieningen niet

De hand- en voetbedieningen op het platform mogen niet belemmerd worden door gereedschap of materiaal. Die dienen opgeborgen te worden in opbergkisten of vastgemaakt met materiaalbevestigingen. Overweeg, eenmaal in werkpositie, om de stroomtoevoer uit te schakelen. Zo schakelt u het risico op onbedoeld bedienen uit. De nooddaalbediening moet altijd bereikbaar zijn.

8. Vertraag en kijk

Rijsnelheden moeten laag zijn, vooral bij achteruitrijden. Leun niet over het bedieningspaneel of over de railingen en onderzoek het terrein ook op hindernissen, zowel voor als tijdens het gebruik van de hoogwerker.

9. Gebruik geen defecte hoogwerkers

Check het keuringscertificaat van de hoogwerker, voer dagelijks controles uit en meld elk defect. Defecten moeten verholpen worden voor de hoogwerker opnieuw gebruikt wordt.

10. Oefen de reddingsprocedure in

Bij werkzaamheden waar herhaaldelijk dicht bij een hindernis gewerkt moet worden, is een voorafgaande controle op de werksituatie geen overbodige luxe. Controleer of een sleutel op de begane grond onmiddellijk beschikbaar is en benoem een persoon op de begane grond als verantwoordelijke voor de reddingsactie. Die dient vertrouwd te zijn met de reddingsprocedure en de gebruikte hoogwerker. Indien het slachtoffer zichzelf niet kan bevrijden en nooddalen niet lukt, kan men als allerlaatste redmiddel gebruikmaken van een tweede hoogwerker of een reddings- en afdalingsapparaat om het slachtoffer te bevrijden.

IPAF

De volledige gids met richtlijnen kan online geraadpleegd worden via de website van IPAF. Daarnaast kunt u via de website ook melding maken van ernstige of dodelijke ongevallen ten gevolge van werken van op een hoogwerker. De informatie die u doorstuurt is strikt vertrouwelijk en wordt uitsluitend gebruikt ter analyse om de veiligheid op de werf te verhogen en de regelgeving, richtlijnen en training verder te ontwikkelen.

(Bron: Prebes)